Will Buxton deelt belangrijke inzichten over de volgende stap in de absurde chauffeursmarkt van het seizoen 2026 in de IndyCar-serie

In de aanloop naar het seizoen 2026 van de IndyCar Series bevindt zich de sport opnieuw in wat vaak “silly season” wordt genoemd: het geruchtencircuit rond welke coureurs waar gaan rijden, welke stoelen vrijkomen én welke teams voor verrassingen zorgen. Presentator en journalist Will Buxton, sinds kort actief in de IndyCar-wereld na jaren in de Formule 1, heeft in recente interviews en op sociale media enkele sleutelpunten gedeeld over hoe hij de markt ziet bewegen — en waarom het volgend jaar weleens bijzonder chaotisch kan worden.

Buxton benadrukt allereerst dat de wisselmotor al flink draait: volgens analyses is de grid voor 2026 “aan het samenkomen, maar met veel puzzelstukjes die nog ontbreken”. Hij noemt hierbij dat prestaties in 2025, financiële stabiliteit en draagkracht bij teams beslissender zijn dan reputatie: “Je bent maar zo goed als je laatste race.”

Een van de meest relevante thema’s die Buxton aanhaalt, is de impact van grote wijzigingen bij teams: bijvoorbeeld dat gevestigde namen mogelijk vertrekken of worden vervangen. Deze dynamiek creëert kansen voor jongere of minder bekende coureurs — maar ook risico’s voor teams die te lang wachten op bevestiging. Het gevolg: een krappe markt voor goede zitjes, en dus veel verrassingen. Analisten noemen dit al “uiteraard absurd” voor 2026.

Daarnaast wijst Buxton op de rol van externe factoren: zo wees hij op de kalender voor 2026, waar een clash tussen de Indianapolis 500 en de Canadian Grand Prix is aangekondigd, iets wat ook de strategische keuzes van teams en coureurs kan beïnvloeden — omdat aandacht, sponsoren en media-waarde meewegen.
Ook de rol van storytelling en merkopbouw komt naar voren in Buxton’s visie. Hij ziet dat teams en coureurs niet alleen op het circuit moeten presteren, maar ook buiten de baan aandacht moeten trekken. Daardoor is de markt voor 2026 niet alleen technisch of sportief van aard, maar ook commercieel. In een interview zei hij over de sport: “We moeten mensen zich emotioneel verbonden laten voelen met deze coureurs.”
En dan is er deze kern-inzight: volgens Buxton is een belangrijk knelpunt voor 2026 de tijdigheid van beslissingen. Teams die hun rijdersbezetting laat vastleggen of blijven hangen in oude patronen lopen het risico achter het net te vissen. Omdat de topteams al in beweging zijn, kunnen de restpositie-slots snel worden ingevuld — wat de achterblijvers dwingt tot improvisaties. Dit maakt dat de chauffeursmarkt volgend jaar “absurder dan ooit” genoemd kan worden.
Tot slot noemt Buxton dat terwijl er veel geruchten zijn — bijvoorbeeld over wisselingen bij grote teams, of debuten van jonge talenten — er nog weinig officiële aankondigingen gedaan zijn. Dat creëert onzekerheid: de eerste concrete zetters geven vaak een kettingreactie. Teams die een rijderscombinatie bevestigen, dwingen anderen om keuzes te maken — en zo blijft de markt in beweging tot ver in het jaar.
Kort samengevat: volgens Will Buxton zal de chauffeursmarkt voor het seizoen 2026 in IndyCar gekenmerkt worden door vroegtijdige beslissingen, commercieel sterk geladen keuzes, verrassende verschuivingen en een race tegen de klok voor de teams. Voor liefhebbers betekent dat: blijf alert op aankondigingen, want wat vandaag slechts een gerucht is, kan morgen realiteit worden.
